Zoรซ werkte op een kantoor, maar ze wilde iets levends in haar leven. Ze volgde een imkercursus en zette twee bijenkasten op het dak van haar flatgebouw. De eerste zomer gaf heel weinig honing. Toen landde een zwerm bijen op het balkon van een buurman. Meneer Brandt, die beneden woonde, was bang voor bijen en hij klaagde luid.
Zoรซ leerde geduldig te zijn. Ze gebruikte rook, hield haar handen rustig en keek naar de ingang van de bijenkast. In de herfst gaf ze meneer Brandt een pot honing. Hij smaakte naar de lindebomen in hun straat. De zomer daarna kwam hij naar het dak met water voor de bijen.