Mia was zeven jaar en ze leerde fietsen in het park. Haar vader hield de achterkant van het zadel vast en rende achter haar aan. โLaat niet los!โ, zei ze. โIk laat niet losโ, beloofde hij.
In het begin was Mia bang. De fiets wiebelde van links naar rechts. Maar toen ging ze sneller rijden en begon ze te lachen. Na een lange tijd riep ze: โPapa, je houdt toch nog vast?โ Ze keek achterom.
Papa stond ver achter haar. Hij stond daar te zwaaien, met lege handen. Mia wiebelde, maar ze viel niet. Ze reed om de vijver heen en stopte voor hem. โJe hebt losgelaten!โ, zei ze. โTwee minuten geledenโ, zei hij. Toen vroeg ze: โKunnen we het nog een keer doen?โ