Zes maanden lang leefde Reyes in een ruimtestation dat om de aarde draaide, en hoewel het werk belangrijk was, was het ook meedogenloos eentonig. Naarmate de weken verstreken, werd de stilte tussen de taken zwaarder, en ze voelde zich eenzamer dan ze had verwacht.
Op een vrijdagavond ving haar radio een zwak signaal op een amateurfrequentie op. Eerst vermoedde ze dat haar verbeelding haar parten speelde, maar toen onderscheidde ze de stem van een kind dat langzaam en met grote zorg uit een prentenboek voorlas. Het meisje heette Lila. Ze was negen en zat op de radioclub van haar school in een klein stadje ver beneden.
Vanaf dat moment praatten ze elke vrijdag. Lila wilde weten hoe de ruimte rook, en Reyes zei na een ogenblik nadenken dat ze naar heet metaal rook. Lila vroeg of de sterren luid waren, en Reyes legde uit dat de ruimte volmaakt stil is, ook al lijken de sterren te willen schreeuwen. Op haar laatste vrijdag in een baan om de aarde las ze Lila het einde van het boek voor. En toen ze eindelijk was geland, was de eerste plek die ze bezocht, nog voordat ze had uitgepakt, de radioclub op de school van Lila.