De achtjarige Leo hield van de soep van zijn oma. Op een dag vroeg hij: “Oma Rosa, wat is het geheime ingrediënt?”
“Het zit in de blauwe pot op de bovenste plank”, zei ze.
Leo klom op een stoel en opende de pot. Hij was leeg, maar er lag een klein papiertje in. Er stond maar één woord op: “Tijd.”
Leo begreep het niet, dus keek hij naar zijn oma. Ze schilde de groenten langzaam en roerde in de pan. Ze zong zachtjes, vroeg hem naar school en vertelde over haar dag. De soep kookte drie uur. Eindelijk proefde Leo. “Het smaakt naar de hele middag”, zei hij. Oma knipoogde.