Elena is tweeënvijftig. Ze heeft nog nooit gevlogen en ze is bang. Ze wil haar nieuwe kleinzoon zien, die drie weken oud is. Op stoel 14A zit een jongen, Theo. Hij is acht en vliegt alleen. “Ik heb dit al zes keer gedaan”, zegt hij. Het vliegtuig schudt. Elena zegt: “Niet bang zijn.” Theo zegt: “Ik hou uw hand vast omdat u er bang uitziet.” Ze lachen. Op het vliegveld heeft haar zoon de baby in zijn armen. “Ik heb gevlogen”, zegt Elena. “Ik heb voor jou gevlogen.”
Explore
Everyday life
Stoel 14B
Seat 14B
Sign in to save words and sentences from this story as flashcards.
Read it at A2
Same story, a little harder.