Mevrouw Okoye was zestig, en al eenendertig jaar leidde ze het bureau voor gevonden voorwerpen van het centraal station. Ze zei dat elk voorwerp een thuis heeft, en dat haar werk was de weg ernaartoe te vinden.
Dinsdagmiddag bracht een conducteur haar een gedeukte accordeonkoffer, gevonden in de trein van tien over zes uit de kuststreek. Er stond geen naam of adres op. Mevrouw Okoye redeneerde hardop, zoals altijd, met de stem van een detective die van haar werk houdt. โHij ruikt naar zout en zeelucht. In de voering zitten drie rijstkorrels, dus hij is op bruiloften geweest. De draagband is bij รฉรฉn schouder bleek gesleten, dus iemand heeft hem jarenlang gedragen. En in het deksel zit een gescheurd reparatie-etiket: โโฆvel, Reparaties, Havenstโฆโโ
Ze belde de reparatiewerkplaats in Havenstad. โPavel!โ, zei een man. โDat is de accordeon van de oude meneer Welka. Ik heb hem twee keer gerepareerd. Hij speelt op elke bruiloft aan de kust.โ Ze belde het dorpshuis. Meneer Welka, zesenzeventig, had de hele dag gehuild: de bruiloft van zijn kleindochter was de volgende dag om twaalf uur โs middags, en hij had beloofd de eerste wals te spelen. De laatste trein naar de kust vertrok om twintig over acht โs avonds.
Mevrouw Okoye sloot het bureau voor het eerst in eenendertig jaar, trok haar jas over haar uniform en nam de accordeon op haar schoot. De trein had vertraging. Om elf uur โs avonds stond de hele familie op het perron in de regen te wachten. Meneer Welka omhelsde de koffer en zei lange tijd niets.
De volgende dag zat ze aan de bruidstafel, en meneer Welka speelde de eerste wals voor het bruidspaar terwijl hij naar haar keek. In eenendertig jaar had ze duizenden verloren voorwerpen teruggegeven; dit was de eerste keer dat ze op de bruiloft werd uitgenodigd.