Men zegt dat dit lang geleden gebeurde. Ilka, een herderinnetje van twaalf, bracht haar twintig schapen naar huis over het bevroren meer. Haar opa Bela zei: โGa nooit 's nachts over het meer. Het ijs is dun waar het oude dorp ligt.โ Maar een lam was weggelopen, en nu was het al avond.
Midden op het meer viel dikke mist. Ilka zag de oever niet meer. Het ijs begon te kraken, en de schapen blaatten. Toen dacht ze aan de andere regel van haar opa: โAls je verdwaald bent, blijf dan staan en luister.โ Ze bleef staan. Ver weg luidde een diepe klok.
Ze liep naar het geluid, en het ijs was sterk. Aan de oever hing de oude klok aan een paal, maar er was niemand. Bela kwam met een lantaarn. โIk heb hem niet geluidโ, zei hij. โNiemand heeft hem geluid.โ