Kiri was een jonge noordse stern. Ze werd in juni geboren op een rotsachtig eiland in het hoge noorden, waar de zon in de zomer nooit ondergaat en de nacht slechts een bleek blauw uurtje is. Haar ouders brachten haar kleine zilveren visjes, en ze groeide snel, alsof ze al wist dat ze een lange weg te gaan had. In augustus trokken de sterns naar het zuiden, en Kiri vloog met haar ouders over de koude zee.
Op de vierde dag sloeg een storm haar ver bij hen vandaan. Drie dagen lang vloog ze alleen, moe en hongerig, omringd door niets dan grijs water en wind. Ze dook naar vis, en een meeuw joeg haar over de golven achterna, maar zij was sneller. Overdag volgde ze de zon, en 's nachts volgde ze de sterren.
Maandenlang vloog ze langs de kusten van warme landen en over de open oceaan, tot ze het verre zuiden bereikte. Daar was het ook zomer, en ook daar ging de zon niet onder. Duizenden sterns visten in het koude water, en Kiri voegde zich bij hen. In de lente vloog ze weer naar het noorden en legde ze de hele weg terug af, tienduizenden kilometers in รฉรฉn jaar.
Drie zomers na haar geboorte landde ze op hetzelfde rotsachtige eiland, vond ze een partner en legde ze een ei. Elk jaar zag ze twee zomers, en ze kende de weg.