Een klein stadje had een koor van negen zangers, die vals zongen en niet op de maat. Drie weken voor het koorfestival ging de oude dirigent met pensioen. Het stadje stuurde mevrouw Ferro, een vrouw van veertig.
Op de eerste avond schreef ze op het bord: โIk ben doof. Ik zal jullie niet horen. Jullie moeten naar mij kijken.โ Toen liet ze hen hun schoenen uittrekken en op het houten podium staan. Ze voelde de maat door de vloer, en ze leerde hun die ook te voelen.
Ze leerden naar haar handen te kijken. Op het festival zaten vierhonderd mensen in de zaal. De pianiste was ziek, dus de negen hadden geen instrument. Mevrouw Ferro hief haar handen, en ze zongen. Op de achterste rij stonden twaalf dove kinderen op en zwaaiden met hun handen in de lucht.