Een kraai woonde in een drukke stad. Hij hield van walnoten, maar ze waren te hard om te openen. Op een dag zag de kraai een auto over een noot op straat rijden. Krak! De noot was open.
De kraai leerde snel. Hij liet een noot op het zebrapad vallen en wachtte op het stoplicht. De auto's reden over de noot. Toen de auto's bij rood stopten en de mensen begonnen over te steken, vloog de kraai naar beneden en at de stukjes.
Een oude man, meneer Sato, zat elke dag op een bankje en voerde de mussen. Hij keek wekenlang naar de kraai. Al snel begon hij noten voor hem mee te nemen. Later nam de kraai zijn jongen mee naar het zebrapad en leerde het hun ook.