Paloma was straatschilderes. Aan het eind van een steegje was een grijze muur. Op een ochtend schilderde ze er een groene deur op, met een glimmende klink en een brievengleuf. Kinderen klopten op weg naar school op de deur en wachtten.
Drie weken later tekende meneer Duarte, van de gemeente, een bevel. “Maandag verven we de muur weer grijs”, zei hij. “Een deur die niet opengaat, is een leugen.”
Maar op zaterdag vond Paloma briefjes in de geschilderde gleuf. “Goedemorgen, deur.” Iemand had er een echte rode brievenbus onder gehangen. Zondagavond zaten er veertig brieven in.
Op maandag deed meneer Duarte de brievenbus open. Eén brief was voor hem: “Beste meneer Duarte, doet u de deur alstublieft niet dicht. Sami, zeven jaar.” Hij las hem twee keer en stuurde de schilders naar huis. Paloma legde een deurmat voor de deur.