In een gang van de universiteit staat een glazen trechter met zwart pek. Hij ziet eruit als steen, maar hij stroomt, en er valt maar ongeveer eens in de acht jaar een druppel. Professor Okafor, die eenenzeventig is, kijkt er al veertig jaar naar. Vijf druppels vielen, en hij miste ze allemaal.
De zesde druppel hing aan het eind van de trechter. Okafor ging met pensioen. Zijn kleindochter Wen, dertien, kwam logeren. Ze ging op een krukje zitten met een thermosfles en een deken en keek. Haar opa viel in slaap op de bank.
Om twaalf over drie rekte de draad uit en viel met een zacht plop. Ze zag het! โOpa, hij vielโ, zei ze. Hij schreef in het logboek: โDruppel zes. 3.12 uur โs nachts. Gezien door Wen, dertien jaar.โ