Lang geleden, in de bergen van Ethiopië, paste een jongen die Kaldi heette op geiten. Op een avond zag hij iets vreemds. Zijn geiten sprongen en dansten, en ze waren helemaal niet slaperig. Ze hadden rode bessen van een struik gegeten.
Kaldi proefde een paar bessen. Ineens voelde hij zich vol energie! Hij nam er een paar mee naar de monniken in het klooster. De leider van de monniken was bang. “Deze bessen zijn gevaarlijk”, zei hij, en hij gooide ze in het vuur.
Toen vulde een heerlijke geur de kamer. De monniken haalden de bonen uit het vuur, maalden ze en deden er heet water bij. Dat was de eerste koffie. Die nacht bleven de monniken wakker en baden ze. Mensen zeggen dat het maar een legende is.