Noa’s sollicitatiegesprek bij Northline Delivery was om tien uur. Ze kwam om half tien aan, en op de parkeerplaats vond ze een man in een pak die op zijn knieën zat naast een zilverkleurige auto met een lekke band. “Ik ben hopeloos met auto’s”, zei hij.
Noa’s vader had haar op haar vijftiende geleerd een wiel te verwisselen. “Ik heb om tien uur een gesprek, dus ik ben snel”, zei ze. Maar de wielmoeren zaten vast, en het duurde een half uur. De man zei alleen: “Veel succes.”
Om vijf over tien kwam ze met zwarte handen bij de receptie. De receptioniste trok een wenkbrauw op. In de zaal zaten drie mensen aan een lange tafel, en een vierde stoel was leeg. Noa verborg haar handen onder de tafel.
Vijf minuten later ging de deur open, en de man van de parkeerplaats kwam binnen. “Sorry dat ik te laat ben”, zei hij. “Ik had een lekke band, en een vreemde heeft me geholpen.” Hij keek naar Noa. “Ik interview u al een half uur.” Hij was meneer Kessler, de directeur. Noa kreeg de baan, en de volgende ochtend kwam er een doos met een bandenreparatieset en een kaartje: “Voor uw volgende vreemde.”