Een koopman komt met een zilveren kruik naar een woestijnstad. Hij zegt: โIk verkoop maanlicht!โ Rijke mensen bieden goud. Hij zegt nee.
Een arm meisje, Safiya, heeft geen goud. Ze heeft een liedje van haar moeder. Ze neuriet het en de kruik gaat gloeien. De koopman zegt: โMaanlicht kun je niet kopen. Je kunt het alleen delen.โ Hij geeft haar de kruik. Die nacht opent ze hem op het dak. Een zacht licht vult de stad. De kinderen vallen in slaap.