Er komt een sneeuwstorm. Vier wandelaars rennen een kleine hut in: Ida, Jonas, zijn zusje Pia en meneer Lee. De hut heeft een kachel, een kaars en wat kaarten.
Iedereen heeft een beetje eten: noedels, een ui, een bouillonblokje, kaas. Samen koken ze het avondeten. Ze spelen kaart, vertellen verhalen en lachen. Bij zonsopgang stopt de sneeuw en komt er een reddingsteam. โTot volgende zomer, hier!โ, zeggen ze. Volgende zomer liggen er weer vier slaapzakken in de hut.