De familie Moreno trok in naast meneer Haddad. Hij was oud en streng, en hij zei nooit goedemorgen. Achter een hoog hek had hij een perfecte tuin.
Op een zaterdag vloog de rode bal van de kinderen over het hek. Lila, die negen was, belde aan. Meneer Haddad deed het hek open met over elkaar geslagen armen. “De bal ligt in de tomaten”, zei hij. “Loop op de stenen.”
De volgende dag vloog de bal weer over, “per ongeluk”. Meneer Haddad zei niets. Maar de dag daarna stond het poortje in het hek open, en ernaast stond een emmer water. Een briefje zei: “Voor de tomaten. Zes uur.”
In juli gaven de kinderen elke avond de tuin water. Aan het eind van de zomer was het poortje een klein blauw deurtje, en meneer Haddad zei als eerste “Goedemorgen!”