Mijn vlucht had vertraging, dus ik heb de laatste trein naar huis gemist. Een man op het station vertelde me over een nachtbus naar de kust, en ik stapte in. De bus was oud en langzaam, maar de mensen waren aardig. Een oude vrouw gaf me een sinaasappel uit haar mand. Twee studenten speelden gitaar en de chauffeur zong mee.
Om drie uur 's nachts zijn we gestopt bij een klein cafรฉ en hebben we samen warme soep gegeten. Voor zonsopgang verliet de chauffeur de hoofdweg en parkeerde hij vlak bij de zee. โNiemand mist dit in mijn busโ, zei hij. We keken hoe de zon boven het water opkwam, en niemand zei een woord. Ik kwam uren te laat aan, maar ik had een mooi verhaal.