Het is nacht in het ziekenhuis. Amara is verpleegster. Ze loopt door de stille gangen. Meneer Costa kan niet slapen. Hij is een oude man. Hij is bang voor morgen. Amara gaat op een stoel zitten. โVertelt u me over de zeeโ, zegt ze.
Hij praat over zijn boot. Die heet Maria. Amara luistert. Al snel slaapt hij. 's Ochtends vindt ze een briefje. Er staat: โDank u wel voor de zee.โ