Op een winterochtend lag er een rode handschoen in de sneeuw op een brug. Een jongen zag hem en hing hem aan de reling, zodat de eigenaar hem kon vinden. Later legde een vrouw hem op een lantaarnpaal. Toen speldde de bakker hem aan een hek met een briefje: โIs dit van u?โ
De weken gingen voorbij. In de lente zag een meisje dat Noor heette de handschoen aan het hek. Ze herkende hem meteen. Het was de handschoen van haar opa! Hij had hem in de winter verloren, maar hij was te verlegen om iemand te vertellen dat hij hem miste. De vreemden die hadden geholpen, wisten nooit hoe het verhaal afliep.