Pip is een kleine heremietkreeft. Zijn schelp is te klein. Zijn pootjes steken eruit. Een meeuw loopt over de rotsen. Pip is bang. Op het zand ligt een grote schelp. Hij is te groot voor Pip. Hij wacht. Er komt een grote, oude kreeft aan. Ze vindt de grote schelp mooi en verlaat haar oude schelp. Dan maken de kreeften een rij, van groot naar klein. Elke kreeft neemt de schelp van de volgende. Eindelijk past er een schelp voor Pip. Hij is veilig!
Explore
Nature
De schelpenruil
The Shell Exchange
Sign in to save words and sentences from this story as flashcards.
Read it at A2
Same story, a little harder.