Op de vierde verdieping was de muur tussen 4B en 4C zo dun als een cracker. Iris, een vrouw van dertig, woonde in 4B en speelde ’s avonds trompet. Tom, een man van vijfendertig, woonde in 4C en zette om zes uur ’s ochtends de stofzuiger aan.
Het eerste briefje zat met plakband op Iris’ deur: “Beste buurvrouw, wilt u ’s nachts stoppen met de trompet? Dank u. 4C.” Iris antwoordde: “Beste 4C, ik oefen alleen van negen tot tien. Bovendien is de stofzuiger om zes uur ’s ochtends geen goede ochtend. 4B.” In drie weken werden de briefjes langer, kouder en grappiger, met hoofdletters, een tekening van een trompet in een kussen en een tekening van een stofzuiger aan een riem. Het waren er zestien in totaal.
Briefje vijftien was anders. Tom schreef: “Alstublieft. Ik heb een baby van drie maanden die alleen in slaap valt met de stofzuiger aan. Ik ben zo moe dat ik gisteren ontbijtgranen in de wasmachine heb gedaan.” Iris schreef: “Dat wist ik niet. Ik oefen omdat ik vrijdag auditie heb. Kom vanavond om negen uur en neem de baby mee.”
Om negen uur droeg Tom de kleine Mimi binnen. Iris deed een demper in de trompet en speelde een langzaam, zacht deuntje. Mimi sliep in vier minuten, en die nacht sliep Tom voor het eerst in drie maanden acht uur.
Vrijdagochtend wachtte er een laatste briefje op Iris’ deur: “Veel succes vandaag. 4C.”