Lena had een kleine koffiekiosk op station Olmenstraat. Ze verkocht ook paraplu’s, uit een rek naast de bank.
Op elke regenachtige dag verdween er om half vier een paraplu. De volgende droge ochtend was hij terug, opgevouwen, met een briefje: “Geleend, met dank.” Lena dacht: “Een dief met goede manieren!”
Ze bond een belletje aan een felroze paraplu. Op de volgende regendag rinkelde het belletje om half vier. Lena rende achter het geluid aan naar het schoolhek.
Daar bracht de oude meneer Petrov, de gepensioneerde stationschef, kinderen onder de roze paraplu naar de bus, twee tegelijk. “Ik kan het niet aanzien als een kind nat wordt”, zei hij.
Lena belde de politie niet. Ze hing een bord aan het rek: “Gratis paraplu’s. Breng ze terug als ze droog zijn.” En ze gaf de roze paraplu aan meneer Petrov.