Toen Theo in zijn nieuwe appartement kwam wonen, was alles perfect, op één ding na. Elke avond om acht uur kwam er een diepe, dramatische stem door de muur. “Het schip zinkt!”, riep de stem. “Red de kat van de kapitein!” Theo zat doodstil. Hij hield een glas tegen de muur om beter te horen en belde toen zijn zus. “Ik denk dat mijn appartement spookt”, fluisterde hij. “Door wie?”, vroeg ze. “Door een scheepskapitein. Hij maakt zich grote zorgen over een kat.” “Ga dan kloppen”, zei ze.
Theo wilde niet, maar na een week vond hij de moed en klopte aan bij de buurvrouw. Mevrouw Okafor deed open, een gepensioneerde actrice met een paarse sjaal en een script in haar hand. Ze nam een avonturenluisterboek op voor kinderen in het ziekenhuis, en toen ze hoorde wat Theo had gedacht, lachte ze tot ze moest gaan zitten. “Kom binnen”, zei ze. “Ik kan een geluidsman best gebruiken.” Al snel maakte Theo een krakende deur, onweer met een bakplaat en regen met een handvol rijst.