Ik was te laat op de bruiloft van mijn neef. Ik rende een grote zaal in, vond een stoel en klapte met iedereen mee. De mensen glimlachten naar me en schudden mijn hand. Toen zei de oom van de bruidegom: โU bent vast een vriend van de bruidegom! Houdt u alstublieft een speech.โ Wat kon ik doen? Ik stond op en praatte over liefde en broodjes. Iedereen lachte en sommige mensen huilden.
Pas toen keek ik naar de bruid. Ik had haar nog nooit gezien! Het was de verkeerde bruiloft. De bruiloft van mijn neef was ernaast. Ik glipte naar buiten en rende erheen. Ik hield dezelfde speech nog een keer en beide families juichten. Ik ging naar huis met twee stukken taart.